Reorganisatie

Reorganisatie. Ik had er weinig mee, Ik kende het woord van de journaals, uit de kranten. ‘De reorganisatie bij Philips kost 1600 banen, bij ING 2400.’ Ik dacht niet meer dan dat het onprettig was voor degenen die hun baan zouden verliezen. Reorganisatie; je bent een van die 1600 of 2400. Een baas zegt tegen je dat je vanaf de volgende eerste dag van de maand niet meer hoeft te komen. Je baalt, je jankt, je haalt je schouders op, draagt taken over aan hen die achterblijven, en op de eerste dag van die nieuwe maand blijf je thuis. Onprettig voor je, werkloosheid is je deel, Filosoof Bas Haring zou durven zeggen dat je ook een stukje vrijheid terug hebt gekregen en dat je je baas daar dankbaar voor zou moeten zijn. Zeker als het niet de baan van je leven was. Oei!

Nu ik er zelf middenin zit, besef ik dat het ook voor degenen die mogen blijven geen woord zonder gevolgen is. Reorganisatie; je krijgt meer taken, andere taken, je blijft nog even samenwerken met hen die er straks niet meer bij zullen zijn. Niet dat je dat laatste niet wilt, maar een afstervende relatie doet pijn. 15 jaar samengewerkt met hem en haar en dadelijk is het voorbij. Ook voor de blijver is het dus onprettig. 

De reorganisatie op de werkvloer heeft me gebracht tot het punt waarop ik een reorganisatie van mezelf ben gaan eisen. Een must in mijn ogen, want wie zich niet aanpast, overleeft niet. Dat zei Darwin, en de man heeft gelijk.

Om weer rustig te kunnen slapen, ’s avonds aan een wijntje te kunnen nippen zonder te denken aan mijn werk en zonder het weekend te gebruiken om voortdurend mijn mail te checken, heb ik heil gezocht in de mantra. De herhaling van een woord of zin brengt kracht, verlicht. Ik geloof het nu.

Ik zeg nu tegen mezelf dingen als: ‘het is maar werk’ en ‘het glas is half vol’. Die laatste omdat ik in het verleden vaker het half lege glas zag. Ik ben tot rust gekomen, tot helderheid. En mocht het zo zijn dat ik uiteindelijk toch mijn baan kwijtraak, omdat ik niet geschikt voor mijn nieuwe functie, dan kan ik denken en geloven dat mijn baas een stukje van mijn vrijheid aan mij geretourneerd heeft. 

 

Advertenties

Alles in de blender

Niks in de blender...

Niks in de blender…

Ik ben sinds vrijdag nog meer een blender geworden. Alles mocht al in de mixer: sojamelk met kersen op lichtgezoete sap, zonder pit; yoghurt – bij voorkeur magere – met een banaan en een lepel eiwitpoeder – baasje moet wel groeien. Maar sinds enkele dagen zitten ook mijn gedachten erin. Niet bewust overigens. Dat ging zo.

Sinds afgelopen vrijdag, toen ik met vriend en collega Henk de sauna van Spaubeek bezocht, zitten mijn gedachten in de mix. Henk gold binnen ons bedrijf een beetje als de verstrooide professor en er werd daarom wel eens om hem gelachen. Maar sinds enkele jaren mag die verstrooidheid gezien worden als ‘bewust in gedachten zijn’. De man is de nooit als zodanig benoemde goeroe van A&C Media. Hij kan dat denken zo goed en het verwoorden van die gedachten zo overtuigend dat hij erin slaagde om in één enkele sessie mijn al jaren gekoesterde gedachtenpatroon aan gruzelementen te redeneren. Na dertig minuten besefte ik dat hij veel gelijk had. Wat ik dacht was niet waar, iedereen had zijn waarheid, de wereld was niet zwart-wit, en je ergeren aan iemand die je slechts een moment zou kennen – lees de asociale automobilist – was vooral, zo niet alleen, lastig voor jezelf. Heel praktisch! Stop met ergeren, wees tolerant! Er waren nog wat van die eye-openers, maar die beschouw ik als dermate privé dat ik ze hier niet wil delen.

Bij thuiskomst was mijn hoofd er nog vol van. Ik deelde mijn nieuwe kennis met mijn vrouw. Zij luisterde aandachtig en zij sloot zich aan bij Henks waarheden. Na een onrustige nacht – weinig slaap, gedachten in de mix – kreeg ik bij het bereiden van het ontbijt een nieuw teken dat mijn waarheid ‘old school’ was: mijn blender bleek kapot. De messen waren uit het lager gelopen en de boel lekte. Het bleek een mooi moment voor een nieuw apparaat en om mijn nieuwe gedachten over mijn leven en dat van anderen helemaal te implementeren.

De openingszin…

Weg met die snor!

De Belgische slampoëet Jee Kast (Joost Stockx) – komende vrijdag in de finale van Belgium’s Got Talent – heeft een boekje gemaakt met foute openingszinnen. Knap is dat. Ik zou nog geen boekje kunnen volschrijven met goede openingszinnen.

Ik bedenk me nu wat mijn openingszin op deze blog zou moeten worden. WordPress stelde voor ‘Hello world’ te gebruiken, maar dat doet WordPress bij ieder nieuw lid van de community, dus pas ik daarvoor.

Nadenkend over iets fouts, denk ik nu aan oud-collega Raymond die als vertegenwoordiger bij een klant nogal blunderde, omdat hij niet wist wat de uitdrukking ‘ik druk mijn snor’ betekende.

Raymond bezocht een klant – moeder en twee dochters – die in het Noord-Hollandse een lingeriezaak hebben. Knappe moeder, knappe dochter en een dochter met enige overbeharing op de bovenlip krijgen van Raymond een gratis zakelijk artikel aangeboden. Als het verhaal een week later in de krant komt, staan alleen knappe moeder en knappe dochter op de foto bij het verhaal. Raymond bezoekt weer een week later de winkel en treft daar alleen de dochter met overbeharing op de bovenlip aan. Als Raymond de dochter vraagt waarom zij niet op de foto stond, zegt zij: Nee, mij niet gezien. Bij dat soort dingen druk ik mijn snor’, waarop Raymond antwoordt: ‘Ach, dat valt toch wel mee…’

Pratend als Brugman heeft Raymond zich letterlijk en figuurlijk uit de zaak weten te kletsen, de hoon van zijn collega’s incasserend, toen hij het verhaal later aan hen vertelde.

Raymond, daarom, mede voor jou, deze foute openingszin om een vrouw aan de haak te slaan: ‘Je lijkt een beetje op mijn broer, maar die heeft geen snor’. 🙂